Vlaanderen snakt naar meer natuurgebied, bovendien leverden de putten ook belangrijk prehistorisch en paleontologisch erfgoed. De bezoeker verdient het hierover geïnformeerd te worden, met tentoonstelling van fossielen in een lokaal museum.

Na sanering lenen de kleiputten zich ideaal om een cuestaheuvellandschap in ere te herstellen. Dit natuurgebied (geen park) zal sowieso vele bezoekers trekken. De kleiputten hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de industrialisatie van de regio, maar evengoed aan het paleontologisch erfgoed. Talloze haaientanden (bv. megalodon) en fossielen van uitgestorven zeezoogdieren zijn hier gevonden (bv. Dugong van Boom, figuur in bijlage, maar ook walvissen en dolfijnen). Tot een paar jaar geleden kon je sommige van deze fossielen bewonderen in het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, maar deze zijn nu in stockage. Het zou zonde zijn deze in de vergetelheid te laten raken, terwijl ze prima in een nieuw regionaal museum zouden kunnen worden tentoongesteld. Dit museum vertelt zowel de recente geschiedenis van de streek (ontginning, industrie) maar ook de geologische en geomorfologische processen en geschiedenis die tot de huidige cuesta hebben geleid. Een goed voorbeeld van zo een natuurhistorisch erfgoedmuseum kan men vinden in Maastricht. Hier heeft men de paleontologische vondsten van mosasauriërs gekaderd in de geologische geschiedenis van de streek. Zo een museum hoeft niet groot te zijn, in mijn ogen heeft zelfs een klein lokaal museum een enorme didactische waarde. De fascinatie voor de oertijd en prehistorie leeft nog steeds zeer sterk bij de meeste mensen. Ik ben zeker bereikbaar voor discussie/commentaar. Koen Stein, paleontoloog.

25 juni 2018 - Koen S